Maandag, 15 maart 2021 om 00:00

Chris Meijer

Nederlandse profvoetballers zijn in alle uithoeken van de wereld te vinden, van de spotlights van de grote Europese competities tot de meer avontuurlijke dienstverbanden op andere continenten. In de rubriek Over de Grens spreekt Voetbalzone wekelijks met een speler die buiten de landsgrenzen actief is. Met deze keer aandacht voor Nuri Emre Aksit, die anderhalf jaar geleden verliet voor een Turks avontuur en in januari bij terechtkwam.

Door Chris Meijer

Middenin een antwoord over de interlands die hij met Onder-17 speelde, valt Nuri Emre Aksit even stil. Het woord ligt op het puntje van zijn tong, maar hij hapert even. “Eh, shit. Hoe noem je dat voor de wedstrijd ook alweer?”, stamelt Aksit. “O ja, volkslied. Zie je, ik ben het Nederlands zelfs een beetje vergeten.” Sinds anderhalf jaar moet de achttienjarige verdediger zich in het dagelijks leven redden met het Turks, zijn andere moedertaal. “Turkije is ook mijn land, weet je. Ik spreek de taal. Natuurlijk ben ik in geboren en getogen, ik voel me ook Nederlands. Weet je wat het probleem is? Ik ben in twee landen een buitenlander. Ik voel me net zo goed Nederlands als Turks. Maar in Nederland ben ik een buitenlander, al is dat niet per se negatief. Maar in Turkije ben ik ook een buitenlander. Je bent nergens echt thuis. Dus ik moet goed op mijn hoede zijn, want er zijn misschien ook jongens die me niet mogen.”

Toch heeft Aksit niet het gevoel dat hij in Turkije kritischer benaderd wordt omdat hij uit Nederland komt. “Ik word kritischer bekeken omdat ik acht jaar bij Ajax heb gespeeld”, reageert hij direct. “Het is niet niks, niet iedereen kan dat zeggen. Als ze dat weten in Turkije, kijken ze echt met andere ogen naar je. Ze zeggen dan: ‘Je speelde bij Ajax, je kan zeker dit niveau aan. Je kan dan wel een balletje in de kruising trappen. De trap moet honderd procent goed zijn’. Als ik een slechte pass geef, krijg ik te horen: ‘Kom op, man. Je hebt bij Ajax gespeeld’. Aan de andere kant ben je voor clubs ook interessanter omdat je bij Ajax gespeeld hebt.” Ajax haalde Aksit al op negenjarige leeftijd op bij de amateurs van SO Soest. Uiteindelijk zou De Toekomst tot zijn zeventiende een ‘thuis’ zijn, zoals hij het zelf noemt.

Aksit doorliep de jeugdopleiding van Ajax en stond in de Onder-15 zelfs in de belangstelling van Bayern München en . “Ik was jong en wilde bij Ajax blijven, ik ben niet echt ingegaan op die aanbiedingen. Wat moet je als veertien- of vijftienjarige jongen daar, terwijl je niet de taal spreekt?”, zo blikt hij nuchter terug. Drie jaar later liet hij Ajax alsnog achter zich. “Achteraf heb ik spijt dat ik weggegaan ben. Maar ja, dat zijn allemaal leermomenten. Het was mijn thuis en het is nog steeds mijn club. Wat moet ik zeggen? De trainers, spelers, faciliteiten en het voetbal zijn top. Ik heb alles geleerd; vooral discipline en respect. Ik houd mijn voormalig ploeggenoten nog in de gaten, het is mooi en ik ben er trots op dat die jongens in het eerste spelen of doorbreken.”

Waar zijn voormalig ploeggenoten Brian Brobbey, Ryan Gravenberch, Devyne Rensch en Jurriën Timber nu langzaam doorbreken bij Ajax, koos Aksit in de zomer van 2019 een ander pad. Na zijn vertrek uit Amsterdam probeerde Theo Janssen hem tevergeefs naar Vitesse te halen, terwijl ook en Gazisehir Gaziantep misgrepen. “Ik twijfelde, Theo Janssen vond me een goede voetballer en wilde me graag hebben. Op het moment dat Basaksehir kwam, was het meteen iets anders. Toen dacht ik: ik ga gelijk daarheen. Het is een grote club”, vertelt Aksit, die sinds februari 2019 jeugdinternational voor Turkije is. Voor die tijd speelde hij interlands voor Onder-13, Onder-14, Onder-15 en Onder-16. “Daarna hadden ze me niet meer nodig en ben ik geswitcht naar Turkije. Dat is ook mijn trots, als je het volkslied hoort ga je extra gemotiveerd het veld op. Turken spelen met hun hart en daar houd ik van.”

Istanbul Basaksehir schetste voor de destijds zeventienjarige Aksit een buitengewoon rooskleurig perspectief. “Ken je Cengiz Ünder?”, vraagt hij. De vleugelaanvaller speelde in het seizoen 2016/17 voor Basaksehir, alvorens hij de overstap naar AS Roma maakte. “Ze hadden me gehaald met de belofte dat ze me als Cengiz Ünder zouden opleiden en begeleiden. Ik zou dezelfde stappen zetten en dan weer aan een Europese club worden verkocht.” Het liep voor Aksit echter anders dan Basaksehir aanvankelijk beloofd had. Dat begon al met het feit dat hij geen -licentie kreeg. Turkije is geen lid van de Europese Unie, waardoor minderjarige jeugdspelers vanuit Europa niet zomaar de juiste papieren kunnen krijgen. Basaksehir slaagde er niet in om Aksit alsnog speelgerechtigd te krijgen, dus moest hij het tot zijn achttiende verjaardag in april 2020 alleen stellen met trainingen.

Zo stond Aksit wel een aantal keer op het veld met de reservespelers van het eerste elftal. “Stond ik tegenover Robinho, dat was wel een andere ervaring. Of ik die in mijn zak had? Zeker niet, dat was een moeilijke tegenstander. Ik heb veel praatjes met hem gehad, een aardige gozer en hij gaf me wat tips. Hij vond me een goede speler, zag potentie in me en zei dat ik een goede trap had. Gökhan Inler was er ook bij, net als Kerim Frei. Die was ook echt goed”, wijst Aksit op de onlangs definitief naar FC Emmen vertrokken vleugelaanvaller. Hij had naar eigen zeggen in de eerste drie maanden even de tijd nodig om zijn plek te vinden in Turkije, zowel binnen als buiten de lijnen.

Ondanks zijn jonge leeftijd kwam hij helemaal alleen in een appartement in Istanbul te zitten. “Je weet niet wat je moet doen. Het was druk, drukker dan in Amsterdam. In Istanbul wonen net zo veel mensen als in heel Nederland. Je kan het slechte pad op gaan, maar ik heb me goed gedragen, extra getraind en ben alleen af en toe ergens met vrienden een kopje koffie gaan drinken. Het voetbal was anders. De trainer wilde niet dat ik indribbelde en de tegenstander daarmee tot een keuze te dwingen, iets dat ik bij Ajax juist had geleerd en daar mijn kracht was. Ik moest alleen maar de bal afpakken en die weer inleveren, dat is niet mijn spel.” In de winterstop vond Basaksehir een tijdelijke oplossing voor het feit dat hij in Turkije niet speelgerechtigd was: door de goede verstandhouding met eigenaar Isitan Gün kon Aksit het seizoen bij Fortuna Sittard afmaken.

Net op het moment dat Aksit voor zijn gevoel langzaam maar zeker in beeld raakte bij het eerste elftal na een aantal wedstrijden in de Onder-19 en Jong Fortuna te hebben gespeeld, bracht de coronapandemie het voetbal volledig tot stilstand. “Dat was weer een mentale tik, ik heb een jaar lang nauwelijks wedstrijden gespeeld”, verzucht Aksit. Na de maanden in Nederland keerde hij terug naar Basaksehir met het idee dat hij bij de kersvers landskampioen van Turkije bij het eerste zou aansluiten. De club had echter een ander plan en wilde hem een plek in de Onder-19 geven, mede met het oog op de Youth League-campagne. Dit verschil van inzicht werkte in oktober een vertrek naar het op het tweede niveau van Turkije uitkomende Menemen Belediyespor in de hand. “Ik had al anderhalf jaar niet gespeeld, maar ik kreeg een kans in een bekerwedstrijd, speelde tachtig minuten en werd direct daarna positief getest op het coronavirus. Tja, ik heb weinig geluk gehad in het afgelopen anderhalf jaar. Er kwam een nieuwe trainer en daarna is het niet gelopen zoals ik had gewenst, laten we het daarop houden.”

Pechmomenten, zo noemt Aksit de incidenten die er al met al voor hebben gezorgd dat hij de afgelopen anderhalf jaar nauwelijks wedstrijden heeft gespeeld. “Of nou ja, pechmomenten. Misschien was het beter geweest als ik niet de keuze voor Turkije gemaakt had. Maar ik sta er nog steeds achter en ik moet het goed aanpakken, want vanaf hier kan ik ook een grote stap maken. Het is geen spijt, maar een leermoment. Ik ben nog jong en ik moet niet teveel stressen. Gewoon voetballen en dan komt het goed”, zo klinkt het realistisch. De pechmomenten moeten nu verleden tijd zijn. In januari ging Aksit in op een aanbieding van Konyaspor, een middenmoter in de Süper Lig. “Een echte opleidingsclub met de beste faciliteiten van Turkije. Je kan het qua kansen een beetje vergelijken met Ajax: hier spelen jongens die minuten nodig hebben.” Tot het einde van het seizoen is hij verhuurd aan satellietclub 1922 Konyaspor, dat uitkomt op het derde niveau.

Een bericht gedeeld door Nuriemre Aksit (@nuriemreaksit21)

Dus vindt Aksit zichzelf nu terug in Konya, vergeleken met zijn tweede meest recente woonplaatsen Istanbul en Izmir even wat anders. “Izmir lag aan de kust, dat was mooi. Dat is een vakantiestad, natuurlijk. Istanbul hoef ik niet uit te leggen: dat is een van de mooiste en grootste steden van Turkije. Je kan er alles doen, lekker eten, wat je maar wil. In Konya kun je vrijwel niets doen. Het is een mooie stad, met veel historie. Maar je kan naar het winkelcentrum en verder niks.” Aksit haalt de schouders op. “Ik verveel me niet. We trainen ’s middags, daarna eet ik en dan ga ik uitrusten. Een beetje op de PlayStation spelen, bijvoorbeeld.”

Aksit klinkt wat vermoeid aan de telefoon. Niet toevallig, want hij was de nacht voor het gesprek met Voetbalzone pas om 04.00 uur ’s nachts terug van de uitwedstrijd tegen Elazigspor in het oosten van Turkije. “Naar uitwedstrijden gaan we met het vliegtuig, dat was een aardige reis. Duizend kilometer. In het oosten van Turkije. Het is daar écht anders, je komt een ander soort mensen tegen.” Het is de bedoeling dat hij komende maanden zoveel mogelijk wedstrijden speelt, om dan in de voorbereiding op volgend seizoen mee te gaan met de hoofdmacht van Konyaspor op trainingskamp. “Daarna zien we wel of ik mag blijven of word verhuurd. Bij Konyaspor komen er spelers van Porto of andere grote clubs, het is moeilijk om daar als jonge speler tussen te komen. Het is wel fijn om wedstrijden te spelen en ervaring op te doen, dat kan op deze manier.”

Zijn eerste primaire doel is bij Konyaspor weer ‘keuze’ te krijgen. “Ik wil hier nu wedstrijden spelen en dan volgend jaar basisspeler worden bij Konyaspor. Als ik daar speel, kan ik weer kiezen. Stel dat je negentien bent en in het eerste van AZ of speelt, willen clubs je ook hebben. Eerst spelen, dat is het voornaamste doel. Als ik dan een keuze krijg, kijken we wel.”


VIAVoetbalzone.nl